nov 042012
 

Ernest Mandel was een van de meest creatieve en onafhankelijke revolutionaire denkers van onze tijd.

Mandel is geboren in Frankfurt am Main in 1923 en behoorde tot een familie van (niet-praktiserende) Poolse joden met een Duitse culturele achtergrond. Hij leefde het grootste deel van zijn leven in België. De jonge  Ernest ontdekte het socialisme op de leeftijd van dertien door het lezen van Victor Hugo’s “Les Miserables “! In 1938 werd Ernest lid van de PSR (Revolutionaire Socialistische Partij), de Belgische afdeling van de Vierde Internationale. Hij sloot zich aan bij het Belgische verzet tegen de nazi-bezetting.

Hij was een vaste medewerker van de clandestiene Duitstalige krant “Das Freie Wort”, waarin hij de Duitse soldaten op riep tot verzet: jullie Duitse soldaten zijn medeplichtig als jullie niet protesteren tegen de nazi misdaden . Hij werd gevangen genomen in maart 1944 en naar Duitsland gedeporteerd. Hij ging van het ene kamp naar het andere en ontsnapte in juli 1944, maar werd weer gepakt en in maart 1945 bevrijd door het Amerikaanse leger.

Van 1944 tot 1946 was Ernest Mandel overtuigd van de op handen zijnde Europese revolutie: het kapitalisme had zijn laatste fase van de doodstrijd bereikt, zoals Trotski het formuleerde in 1938. Het was slechts met tegenzin dat hij de realiteit van de wegebbende revolutionaire golf accepteerde.

Hij trad toe tot de Belgische Socialistische Partij in 1951. In 1956 richtte hij het weekblad “La Gauche” op, met de steun van André Renard en de oude socialistische leider Camille Huysmans; onder de medewerkers waren Pierre Naville, Maurice Nadeau, Ralph Miliband, Lelio Basso en Ignazio Silone. Het periodiek had een grote invloed op de linkse beweging in België door het inspireren tot een debat over anti-kapitalistische “structurele hervormingen”. De Belgische algemene staking van de winter van 1960-1961 was de belangrijkste gebeurtenis van de arbeidersbeweging na de oorlog. Het verbod op “La Gauche” door de Socialistische Partij in 1964 verplichtte hem de partij te verlaten en de Unie van Linkse Socialisten op te richten, die weinig succes had.

Parallel aan zijn Belgische activiteiten stortte hij zich in het theoretische werk. Zijn eerste belangrijke boek was, ‘Marxistische economische theorie” (1962) Verder was hij actief in de Vierde Internationale.

Mandel  was zeer geïnteresseerd in de derde wereld en in het bijzonder Latijns-Amerika. In 1964 werd hij uitgenodigd naar Cuba, waar hij Che Guevara ontmoette. Toen Mandel Cuba opnieuw bezocht in 1967, was Che al vertrokken naar Bolivia. Bij de aankondiging van zijn dood bracht Mandel een hommage aan “een goede vriend, een voorbeeldige kameraad, een heldhaftige militant”.

In mei 1968 was Mandel in Parijs en nam deel, in de nacht van 10 mei aan de opwerping van de barricades in de Rue Gay Lussac, in het hart van het Quartier Latin, samen met zijn metgezel Gisela Scholtz (met wie hij was getrouwd in 1966), en de Franse kameraden Alain Krivine, Daniel Bensaid, Henri Weber, Pierre Rousset, en Janette Habel. Later, in 1969, besloot het 9e Congres van de Vierde Internationale, ondersteund door Mandel, tot een strategie van gewapende strijd in Latijns-Amerika.  In 1974 nam hij daar afstand van.

In deze jaren produceerde Mandel een aantal van zijn belangrijkste boeken: ” Emancipatie en wetenschap bij Karl Marx ” (1967) en “Laatkapitalisme” (1972). De laatste is misschien wel zijn meest invloedrijke boek. Andere belangrijke geschriften uit deze periode zijn onder andere de discussies over Trotski met Nicolas Krassó in de New Left Review.

De invloed van Mandel op de opstandige jeugd was op zijn hoogtepunt en toen hij door vijf landen werd verbannen, waaronder Frankrijk, de Verenigde Staten en Duitsland. Karola en Ernst Bloch – de bekende Duitse Marxistische filosoof – goede vrienden van Ernest en Gisela, schreven hem toen: “Je moet wel een reus zijn als ze zo bang van je zijn! Je bent vijand nummer een van de heersende klassen “. Het verbod weerhield hem er niet van Frankrijk clandestien binnen te gaan tijdens meerdere gelegenheden, zoals in 1971, toen hij een gedenkwaardige toespraak hield voor 20.000 mensen op een vergadering van de Vierde Internationale op de Père Lachaise begraafplaats ten gelegenheid van de honderdste verjaardag van de Commune van Parijs gemaakt .

De dood van zijn vriend Rudi Dutschke in 1979, en vooral die van zijn metgezel Gisela in 1982, waren harde persoonlijke klappen.

De hervormingen van Gorbatsjov in de Sovjet-Unie brachten hem hoge verwachtingen van een op handen zijnde ‘politieke revolutie’; de mogelijkheid van een herstel van het kapitalisme kwam niet bij hem op. Zijn enthousiasme zou nog groter zijn tijdens de grote demonstraties van november 1989 in Oost-Berlijn die zouden leiden tot de val van de muur. Hij geloofde in de vernieuwing van de Duitse revolutie, onderdrukt na de moord op Rosa Luxemburg. Hij was ontgoocheld na 1990, met de Duitse hereniging en het herstel van het kapitalisme in het Oosten.

Ondanks deze ontgoocheling, zou Mandel opnieuw een aantal belangrijke boeken publiceren die o.a. de legitimiteit erkenden van Rosa Luxemburg. Tijdens zijn laatste jaren verving Mandel het klassieke dilemma “socialisme of barbarij” door het apocalyptische “socialisme of de dood”; het kapitalisme leidt naar de vernietiging van de mensheid door middel van een nucleaire oorlog of ecologische vernietiging.

Mandel neigde tot een zeer ongezonde levensstijl: te veel eten en geen beweging. Na een hartaanval in 1993, moest hij zijn activiteiten te verminderen.  Zijn laatste politieke optreden was tijdens het 14e congres van de Vierde Internationale in juni 1995. Even later, in juli, hij stierf aan een nieuwe hartaanval. Zijn begrafenis ceremonie, gehouden in september in Père-Lachaise, trok een groot aantal mensen uit de hele wereld.

Mandel zal een voorbeeld blijven voor toekomstige generaties, o.a. door zijn eigenzinnige afwijzing van fatalisme en berusting

Bibliografie

Hendrik De Man: een intellectuele tragedie, 1959

Inleiding in de Marxistische economie, 1964 — Belangrijk werk

De bureaucratie, 1965-67 — Belangrijk werk

De theorie van Marx over de oorspronkelijke accumulatie en de industrialisering van de Derde Wereld, 1967

Internationaal kapitalisme en “supranationaliteit”, 1967

Emancipatie en wetenschap bij Karl Marx, 1967

Een revolutionaire strategie in het huidige kapitalisme, 1968

Wie was Roman Rosdolsky (1898-1967), 1968

De EEG en de rivaliteit Europa-Amerika. Een economische en politieke analyse, 1968

Latijns-Amerika: imperialisme en nationale bourgeoisie, 1970

Wordt de Sovjet-Unie kapitalistisch?, 1970

Arbeiderscontrole, arbeidersraden, arbeiderszelfbeheer, 1970

De Marxistische vervreemdingstheorie, 1970

Kapitalisme vandaag, 1970

Lenin en het probleem van het proletarisch klassenbewustzijn’, 1970 — Belangrijk werk

Beginselen en toepassing van de Marxistische economie, 1972 — Belangrijk werk

Permanente inflatie en de crisis van het internationaal muntstelsel, 1972

Over arbeiders en bedienden, 1972

Antwoord op het Vlaams Marxistisch Tijdschrift: kritiek en “kritiek, 1973

De tweede val van de dollar, 1973

De strategie der overgangseisen, 1973

Systeemconforme vakorganisaties?, 1973

De Marxistische opvatting over de staat, 1973

Het socialisme dat wij willen, 1973

Het BSP-Congres en de fundamentele problemen van het socialisme, 1974

De crisis: hun antwoord en het onze, 1975

Mao is dood, 1976

De revolutionaire crisis, 1976

Tien stellingen over de sociaal-economische wetmatigheden van de overgangsmaatschappij tussen kapitalisme en socialisme, 1976

De kapitalistische economie in het begin van 1977: massale en blijvende werkloosheid, 1977

Van een toenemende instabiliteit naar een revolutionaire opgang, 1977

De kapitalistische economie vandaag: een Marxistische visie, 1978

1979-1980: een nieuwe veralgemeende recessie? De internationale kapitalistische economie, 1978

Kritiek op het eurocommunisme, 1979

Trotski: zijn bijdrage tot het Marxisme, 1979 — Belangrijk werk

Het 11de wereldcongres van de Vierde Internationale, 1980

Inleiding tot het Marxisme, 1980 — Belangrijk werk

De bewegingswetten van de Sovjet-Economie, 1980

Methodologische problemen bij het bepalen van de klassennatuur van de burgerlijke staat, 1980

Vijftig jaar geleden greep Hitler de macht, 1982

De arbeidersbeweging en de crisis, 1982 — Belangrijk werk

Functies en limieten van de Europese eenheidsmarkt, 1984

Ricardo, Marx, Sraffa: The Langston Memorial Volume (editor), 1984

Draagwijdte en beperkingen van de hervormingen van Gorbatchov, 1987

Naar een nieuwe economische recessie, 1987

Getuigenis van Ernest Mandel, 1988

De opkomende “Vierde stand” in de burgerlijke omwenteling van de Zuidelijke Nederlanden (1565-1585, 1789-1794, 1830), 1988

De Marxistische opvatting over revolutie en contrarevolutie, 1989

Trotski’s opvatting over zelforganisatie en voorhoedepartij, 1989

Socialisme en vrijheid, 1990

Het lange golven debat: de inzet, 1991

De lessen uit het BCCI-schandaal, 1991

Europa: heropleving en besparingsbeleid, 1992

Economische crisis veroorzaakt tegengestelde impact, 1993

Een ander Europa! Een andere wereld!, 1993

De lange golven van de kapitalistische ontwikkeling, 1995

De opheffing van de schuld van de Derde Wereld, 1995

Crisis van het socialisme en vernieuwing van het Marxisme, 1995