jan 072015
 

burkett 1In het werk van Karl Marx zijn er twee zeer belangrijke elementen aan de orde. Dat is in de eerste plaats dat alles tot stand komt via arbeid en natuur en in de tweede plaats dat niet de arbeidersklasse de vruchten plukt van haar arbeid maar de klasse van kapitalisten.

‘Marx and Nature’ (1) van Paul Burkett richt zich vooral op de ecologische inzichten in het werk van Marx en hij gaat hierin terug naar de kern van de gedachten van Marx. Hij laat zien hoe in bijna ieder stadium van de intellectuele ontwikkeling van Marx het vraagstuk van de relatie van de mens tot de natuur een sleutelelement is.

Het eerste deel van dit boek is een erkenning dat Marx “de samenleving en de natuur in termen van historisch bepaalde klasse-gedifferentieerde relaties tussen mensen en de noodzakelijke voorwaarden van de menselijke productie” behandelt. Met andere woorden, de relaties, die bestaan tussen mens en natuur, en die essentieel zijn het voortbestaan van de samenleving, variëren door de geschiedenis heen. Maar met de ontwikkeling van het kapitalisme, nemen deze relaties een bijzonder ongebruikelijke vorm aan:

“Waar, waarde en kapitaal worden alleen in het kapitalisme, met zijn extreme sociale scheiding van de directe menselijke producenten van de noodzakelijke voorwaarden van de productie, dominante vormen van de menselijke productie.”

Burkett wijst erop dat deze analyse niet beperkt is tot de nu toe bestaande maatschappijen, maar “zich tevens uitstrekt tot Marx’ visie op de nieuwe productiekrachten die zich ontwikkelen onder het communisme.”

Burkett legt uit dat de rol van de natuur een absoluut centraal deel is in het productieproces. Voor Marx dragen zowel natuur als arbeid “bij aan de productie van rijkdom of gebruikswaarden … Arbeid kan alleen maar welvaart produceren ‘door een efficiënte uitwisseling van materie tussen mens en natuur’.” [Burkett citeert hier uit Marx 1861-1863 Economisch Manuscript].

De betekenis van Marx hier is dat het productieproces, en het creëren van meerwaarde (de productie van ruil-waarde) onder het kapitalisme, onlosmakelijk verbonden is met de interactie met de natuur. Dus elke ontwikkeling van Marx, op basis van dit inzicht, moet inherent een ecologische component hebben. Variaties van de natuur zelf hebben een impact op de productie van meerarbeid (arbeid die wordt verricht boven wat voor het levensonderhoud noodzakelijk is):

“Hoe geringer het aantal natuurlijke behoeften, hoe groter de vruchtbaarheid van de bodem en hoe beter het klimaat, zo veel minder is de arbeidstijd die nodig is voor het onderhoud en de reproductie van de producent.” [Marx kapitaal I]

De kracht van het argument van Marx helpt bij het weerleggen van een andere veel voorkomende kritiek op Marx, welke is dat hij de natuur ziet als iets dat op de een of andere manier onbeperkt beschikbaar is. Burkett legt uit dat in dit geval Marx het er niet over heeft dat de natuur op de een of andere manier een gratis geschenk is aan de mens, maar hij beschrijft een en ander in termen van het productieproces. Burkett schrijft:

“Wanneer Marx spreekt van vrije toe-eigening van natuurlijke en sociale omstandigheden door het kapitaal, is dit niet bedoeld om te impliceren dat dergelijke omstandigheden kosteloos of oneindig beschikbaar zijn vanuit een totaal, breder maatschappelijk standpunt. Integendeel, vrije toe-eigening door het kapitaal betekent alleen dat er geen loonarbeid is nodig om bepaalde voorwaarden te scheppen. Dus vrij toe-eigening betekent zeker niet dat de zaken die worden toegeëigend waardevrij zijn of niet voor alternatieve sociale toepassingen kunnen worden gebruikt … Dat iets vrij kan worden toegeëigend in de zin dat het ‘rechtstreeks’ of ‘spontaan beschikbaar is via de natuur’, zoals Marx het stelt, betekent geenszins dat het niet schaars of waardevol is vanuit een sociaal (en verder gelegen) perspectief.”

Evenmin negeerde Marx de mogelijkheden van een ecologische crisis. In feite hield Marx twee soorten van dergelijke crises voor mogelijk. De eerste wordt veroorzaakt door een “onbalans tussen benodigde materialen en de natuurlijke grondstoffenproductie,” en ten tweede, misschien wel meer pertinent vanwege de huidige milieuproblemen, wat Burkett beschrijft als “een meer algemene crisis in de kwaliteit van de menselijk-sociale ontwikkeling die voortvloeit uit de storingen in de circulatie van materiele en levenskrachten die worden gegenereerd door de kapitalistische industriële deling van stad en platteland. ” Aldus liggen voor Marx de potentiële wortels voor zowel de economische crisis als de bredere ecologische crisis in de centrale plaats die de natuur in neemt. De opheffing van de deling van stad en platteland is ook een belangrijk onderdeel van de visie van Marx op een duurzame economie.

Er is hier nog iets heel anders van belang. Marx laat ook zien hoe de toe-eigening van de natuur tevens leidt tot de vernietiging van de menselijke individualiteit en creativiteit. N.a.v. een onderzoek naar hoe Marx kwesties zoals de strijd om de tien-urige werkdag beschouwd, concludeert Burkett:

“Marx dringt erop aan … dat een aanzienlijke vooruitgang in de richting van duurzaam gebruik van middelen en het gebruik van dergelijke vooruitgang als lanceerplatform voor de verdere strijd afhankelijk zijn van de ingang tot expliciet sociale besluitvorming in gebieden die eerder gereserveerd waren voor kapitaal en markt. Deze noodzaak voor ‘algemene politieke actie’ komt voort uit het feit dat het kapitaal de krachten van de mens en de natuur alleen opeist als voorwaarden aan de monetaire accumulatie, terwijl arbeiders, eigenlijk het leven als geheel, uiteraard een meer holistische interesse hebben in natuurlijke omstandigheden als voorwaarden voor de huidige en de toekomstige ontwikkeling van de mens.”

De conclusies van de analyse van Burkett zijn dat de arbeidersklasse terug moet in het hart van de radicale verandering. Dit is vooral belangrijk omdat het deze klasse is die de macht heeft om een duurzame samenleving te creëren, juist omdat het hun controle over en de organisatie van de productie is, die zal leiden tot een menselijke interactie met de natuur, die zowel duurzaam is als in het belang van de lange-termijn ontwikkeling van de mens.

Milieu critici van Marx (met name die van links) lijken vaak te wensen dat Marx meer had geschreven over de natuur of in ieder geval de gevolgen van de natuur op de maatschappij in het algemeen. Burkett toont aan dat zowel Marx als Engels juist dit hebben gedaan, maar niet op de gemakkelijk toegankelijke wijze die sommige mensen lijken te willen. In feite is het ecologische hart van het denken van Marx en Engels van veel groter belang dan sommigen hebben gedacht. Dat Marx en Engels de producten van hun tijd waren is een open deur – zij konden de klimaatverandering niet voorzien. Zij begrepen wel dat een volledig ontwikkeld wereld-kapitalisme fundamentele veranderingen in het milieu van onze planeet zou kunnen aanbrengen.

Wat Burkett heeft gedaan is laten zien dat de natuur een fundamenteel onderdeel is van Marx’ genuanceerde en gedetailleerde kritiek op het kapitalisme en zijn visie op een betere wereld. Marx en Natuur is geen gemakkelijk boek – lezers zullen enige kennis moeten hebben van de werken van Marx en zijn ideeën – maar het lezen ervan betaalt zich dik terug. In een tijd waarin velen kritiek hebben op de relatie van het kapitalisme met het milieu, bieden maar weinigen een revolutionair alternatief. Marx en Natuur, toont de noodzaak aan van een Marxistische begrijpen van de wereld om uiteindelijk een deel te zijn van de strijd voor een duurzame wereld.

(1) http://climateandcapitalism.com/2015/01/04/marx-nature-red-green-perspective/?utm_source=feedburner&utm_medium=feed&utm_campaign=Feed%3A+climateandcapitalism%2FpEtD+%28Climate+and+Capitalism%29

okt 262012
 

Bron / origineel: www.marxists.org
Arbeid is niet de bron van alle rijkdom. De natuur is in evenwaardige mate een bron van gebruikswaarden (die immers evengoed de materiële rijkdom uitmaken!) als de arbeid, die zelf slechts één der natuurkrachten manifesteert: de menselijke arbeidskracht. Bovengenoemde frase kan men terugvinden in ieder abc-boek en is in zoverre juist, naarmate hierbij wordt verondersteld dat arbeid wordt verricht met gebruikmaking van de nodige voorwerpen en gereedschappen. Continue reading »